Wie betaalt de prijs voor de bosbranden?
Deze week onderhandelen regeringen in New York over een mondiaal VN-belastingverdrag. Dat verdrag moet méér doen dan belastingontwijking bestrijden. Het moet voorkomen dat bedrijven miljarden verdienen aan de vernietiging van bossen, natuur en het leefgebied van mens en dier, om vervolgens nóg meer publiek geld te ontvangen om diezelfde vernietiging als “klimaatoplossing” te verkopen.

Dit is geen abstract belastingdebat. Nederland subsidieert het verbranden van bossen en noemt dat klimaatbeleid. Bossen wereldwijd worden gekapt en versnipperd. Bomen worden vermalen tot houtpellets, met vervuilende bulkcarriers over oceanen vervoerd en in Nederlandse energiecentrales verbrand. De aantoonbare en vaak onomkeerbare schade blijft achter in het bos. De uitstoot verschijnt hier ondertussen in de statistieken als “hernieuwbare energie”.
Zo handelt Nederland in natuurvernietiging en importeert het een groen boekhoudkundig resultaat.
BECCS maakt deze werkelijkheid nog absurder. Eerst worden bomen gekapt, verwerkt, vervoerd en verbrand. Daarna wordt een deel van de CO₂ bij de schoorsteen afgevangen en onder de grond opgeslagen. De uitstoot door houtkap, productie en transport, evenals het verlies van koolstofopslag in het bos, blijft grotendeels buiten beeld. Vervolgens heet dit “negatieve emissie”.
Maar een bos dat is gekapt, is niet CO₂-negatief. Een verdwenen leefgebied is niet duurzaam. En een industriële keten die zonder miljarden aan subsidies niet kan bestaan, is geen klimaatoplossing. Bosvernietiging, ontbossing en grootschalige bosdegradatie worden door dit beleid niet beëindigd, ondanks alle beloften van kabinetten en Tweede Kamer. Integendeel: de biomassa-industrie krijgt een nieuw verdienmodel aangereikt. Met BECCS kan de verbranding van hout opnieuw voor tientallen jaren worden vastgelegd, betaald door de belastingbetaler.
Hoeveel bewijs is nog nodig?
Overal ter wereld staan bossen in brand. Klimaatverandering, hitte en droogte vergroten het risico, maar daar houdt het verhaal niet op. Kaalkap, industriële houtkap en versnippering verzwakken de bossen die overblijven. Landschappen drogen verder uit en natuurlijke ecosystemen verliezen hun veerkracht. Onder de huidige omstandigheden vergroten juist deze ingrepen het risico op hevige en moeilijk beheersbare branden, zoals we nu zien.
Toch blijft één gevolg vrijwel onbesproken: wat dit betekent voor dieren. “Biodiversiteitsverlies” klinkt administratief. Maar de werkelijkheid bestaat uit verbrande nesten, verdwenen voedselbronnen, verwoeste schuilplaatsen en doorgesneden trekroutes. Dieren die een brand overleven, vinden vaak geen veilig gebied meer omdat het omliggende bos al is gekapt, aangetast of versnipperd.
Bossen zijn geen voorraad brandstof. Het zijn levende ecosystemen. Ze slaan koolstof op, houden water vast, verkoelen landschappen en vormen het thuis van ontelbare dieren.
Dat maatschappelijke organisaties al jarenlang zienswijzen, bezwaren, handhavingsverzoeken en rechtszaken moeten inzetten om de gevolgen van biomassa, boskap en natuurvernietiging zichtbaar te maken, zegt vooral iets over het systeem.
Ook Comité Schone Lucht raakte zo betrokken bij talloze procedures. Zienswijzen, bezwaren, handhavingsverzoeken, rechtszaken, hoger beroep en onder meer Europese procedures. Rond de biomassacentrale in Diemen, de RWE-Amercentrale, Nederlandse kaalkap, het groene Europese label voor bosbiomassa en de aanhoudende verstrekking van miljarden aan biomassasubsidies.
De kern is niet hoeveel procedures er zijn gevoerd, maar waarom die steeds opnieuw nodig blijken. Beleid dat wordt gepresenteerd als klimaatoplossing, houdt vaak onvoldoende rekening met de uitstoot in de hele keten, de aantasting van bossen en het verlies van leefgebied.
Daardoor verschuift de bewijslast naar burgers en natuurorganisaties, terwijl de overheid juist vooraf zou moeten aantonen dat publieke middelen niet bijdragen aan verdere natuur- en klimaatschade.
Een mondiaal belastingverdrag dat werkelijk rechtvaardig wil zijn, kan daarom niet ophouden bij het benoemen van het belang van een energie- en eiwittransitie. Ook biomassabedrijven, energieconcerns, de vleesindustrie en haar investeerders en andere partijen die verdienen aan ontbossing en natuurvernietiging moeten betalen voor de volledige schade die zij veroorzaken.
Gebruik het geld voor echte uitstootvermindering, ontmoedig de vervuilers met sancties die pijn doen en subsidieer industrie die ecologische winst voorop stelt ten gunste van natuurherstel, schone energie en de bescherming van gemeenschappen en dieren.
Het geld is er. Het gaat nu alleen nog naar de bedrijven die het probleem veroorzaken.
Geen belastingvoordelen voor bosvernietiging. Geen klimaatwinst op papier terwijl bossen en leefgebieden voor onze ogen verbranden.