Op 15 september is het Prinsjesdag. Het kabinet presenteert dan zijn financiële keuzes voor het komende jaar. Tegelijk staat Europa opnieuw in brand: deze zomer ging al meer dan 576.000 hectare natuur verloren door bosbranden.

De vraag is ongemakkelijk maar onvermijdelijk: gaat ons klimaatgeld naar echte uitstootreductie en een energietransitie die natuur herstelt, of blijven we miljarden overheidssubsidies steken in de industriële import en verbranding van bosbiomassa, waarmee wij als belastingbetaler meebetalen aan natuurvernietiging en een vervuilende biomassa-industrie?

Het slechte nieuws?

Het kabinet lijkt voor dat laatste spoor te kiezen. Nederland bouwt verder aan klimaatbeleid waarin biomassa via certificaten en keurmerken als ‘duurzaam’ kan blijven worden aangemerkt.

Het goede nieuws?

Het einde van dit falende systeem lijkt nabij. Jaren van campagne, onderzoek en juridische procedures van Comité Schone Lucht legden bloot waar beleid en praktijk uit elkaar liepen, en zette het politieke debat op scherp.

Comité Schone Lucht reconstrueerde in de afgelopen jaren waar het hout vandaan kwam, wat er daadwerkelijk in de bossen gebeurde en hoe gebrekkig toezicht en certificering functioneerden. Met handhavingsverzoeken en procedures dwongen we ministers en toezichthouders vervolgens om zich over die tekortkomingen te verantwoorden.

Een nieuwe Prinsjesdag, een nieuw klimaatsysteem?

Het kabinet werkt nu aan het zogeheten ‘Besluit duurzaamheid biomassa’ Daarmee wil het bestaande duurzaamheidseisen uniformeren en certificering verder inzetten, onder meer voor biogrondstoffen in chemie en bouw

Dat klinkt technisch. De politieke keuze erachter is dat niet. De overheid blijft in belangrijke mate vertrouwen op private certificaten en keurmerken om aan internationale biomassastromen het predicaat ‘duurzaam’ te kunnen blijven toekennen.

Maar een groen stempel verandert niets aan de fysieke werkelijkheid.

Voor onze ‘groene’ energie worden bossen kaalgekapt, versnipperd en duizenden kilometers verscheept naar de Waalhaven in Rotterdam. Na verbranding in de Nederlandse energiecentrales van o.a. RWE komen direct broeikasgassen en andere zeer luchtverontreinigende stoffen vrij. Per opgewekte energie-eenheid wordt hierbij zelfs meer CO₂ uitgestoten dan bij kolen en gas.

De vraag is dus niet alleen welke regels er op papier staan. Wat is een duurzaamheidscertificaat waard zonder onafhankelijk inspectieorgaan en de Nederlandse controle en handhaving tekortschiet?

Comité Schone Lucht diende daarom vorige maand een formele reactie in op de consultatie over het “Besluit Duurzaamheid Biomassa”. Onze inzet: breid een certificeringssysteem niet verder uit voordat duidelijk is waar het bestaande systeem faalt, wie daarop toezicht houdt en wie verantwoordelijk is wanneer het misgaat.

Lees hier ingediende positie van Comité Schone Lucht.

Bijlage: Export houtpellets voor bijstook in kolencentrales naar Nederland in 2025. Tabel uit positie Comité Schone Lucht 2026

Van ‘groene’ biomassa naar internationaal juridisch klimaatdossier

Voor Comité Schone Lucht is dit geen abstract beleidsdebat. Jarenlang volgden we het spoor achter het Nederlandse systeem van ‘duurzame’ biomassa: van energiecentrales, overheidssubsidies en keurmerken naar internationale houtstromen en bossen in onder meer de Verenigde Staten, de Baltische staten en, de laatste jaren, steeds vaker Azië.

We vroegen interne overheidsstukken op, reconstrueerden controles en certificering en onderzochten stap voor stap wat er van duurzaamheidsclaims overeind bleef zodra die aan de praktijk werden getoetst.

De uitkomsten kregen een juridisch vervolg. We dienden handhavingsverzoeken in, dwongen ministers en toezichthouders tot formele antwoorden, schakelden juristen en deskundigen in, deden begin dit jaar aangifte en stapten naar de rechter.

Zo werd het biomassadossier van Comité Schone Lucht steeds meer een doorsnede van een internationaal bekritiseerd klimaatsysteem waarin politiek, industrie, miljarden aan publieke middelen, private certificering, gebrekkig toezicht en mondiale houtstromen nauw met elkaar verweven zijn.

Het dossier loopt inmiddels langs twee juridische sporen: bestuursrecht en strafrecht.

En daarmee kwam een fundamentelere vraag op tafel: wie controleert eigenlijk de controleur?

Update
RWE en Maleisië: er beweegt iets?

Deze zomer leek het rond die zaak misschien stil. Dat was het niet.

Hoe zat het ook alweer? Een belangrijk spoor in ons onderzoek leidde naar RWE, de certificering van biomassa en de import van hout uit Maleisië. Dat onderzoek vormde de basis voor een langlopend traject van Comité Schone Lucht met betrekking tot de juridische stappen die daarop volgden.

Achter de schermen is hard doorgewerkt. Dat heeft geleid tot nieuwe en belangrijke ontwikkelingen in ons dossier over RWE en de import van biomassa uit Maleisië.

Over de inhoud moeten we nog even terughoudend zijn. Wat dit betekent vertellen we 11 september as.

Wil je dat nieuws als eerste ontvangen?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief