Is omstreden biomassa de toekomst voor Nederlandse kolencentrales? Het Financieele Dagblad, 17 oktober 2026
Nederlandse kolencentrales overwegen over te stappen op biomassa. Het zou de centrales ook na 2030 in bedrijf kunnen houden. Maar het gebruik is omstreden. Biomassa leunt op een kwetsbaar systeem en is volgens critici nauwelijks beter voor het milieu dan kolen. ‘De uitstoot vindt onmiddellijk plaats, terwijl compensatie tientallen jaren kan duren.’

De kolencentrale van RWE in de Eemshaven verstookt per jaar zo’n 800.000 ton biomassa. Foto: Kees van de Veen voor het Financieele Dagblad.
In het kort
Energiebedrijven willen hun kolencentrales in de toekomst mogelijk op biomassa laten draaien.
De duurzaamheid hiervan wordt betwist, omdat er veel CO₂ vrijkomt en het systeem zwaar leunt op regeneratieve bosbouw en CO₂-afvang. Ook kaalkap is een risico.
Hoewel het toezicht op de herkomst en duurzaamheid binnenkort wordt aangescherpt, zien critici liever dat subsidie wordt gestopt in zon, wind en geothermie.
Marinus Tabak staat op het dak van zijn kolencentrale in de Eemshaven. De directeur van energiebedrijf RWE Nederland kijkt uit over de Waddenzee. Aan zijn rechterhand, vlak achter de dijk, liggen drie langgerekte bergen zwarte kolen. Links, in het kleine haventje naast de centrale, lossen schepen de grondstoffen. Grote hijsers voor de kolen en, zo wijst Tabak, een kleine installatie die biomassa van schepen aan de wal zuigt.
In de ovens van deze centrale belanden vooralsnog voornamelijk kolen, maar RWE stookt hier op jaarbasis ook zo’n 800.000 ton biomassa mee. In het machinehuis wordt die door grote ronddraaiende schalen vermalen tot kolen- of biomassapoeder. ‘Een soort grote koffiemolen’, zegt Tabak. Het poeder wordt continu als brandstof in de ovens geblazen. Biomassa is een verzamelnaam voor materiaal gemaakt van plantaardige of dierlijke reststromen, zoals houtafval, gft of mest. Nederlandse centrales gebruiken grotendeels houtige biomassa. In de Eemshaven is het nog een relatief klein aandeel, maar dat kan de komende jaren fors oplopen.
Kolencentrales ombouwen om open te blijven
Nederlandse energiebedrijven overwegen namelijk hun kolencentrales om te bouwen naar biomassacentrales en ze zo ook na 2030 open te houden. Eigenlijk moeten de centrales dan de deuren sluiten, maar energiedeskundigen waarschuwden eerder in het FD dat dit het energiesysteem kwetsbaar maakt. Sluiting maakt Nederland volgens hen te afhankelijk van (onzekere leveringen van) gas. De opwek van wind- en zonne-energie is daarbij niet consistent.
Momenteel beslaat biomassa volgens het CBS 34% van de totale hernieuwbare energiemix. Dat de hoeveelheid hernieuwbare energie in Nederland in het afgelopen kwartaal toenam, kwam vooral doordat er meer biomassa werd bijgestookt in kolencentrales.
Uniper stookt zo’n 20% biomassa bij in zijn kolencentrale op de Maasvlakte. Het bedrijf onderzoekt of dit de komende jaren kan worden opgevoerd naar 40%, en later zelfs 100%, zegt een woordvoerder.
De Amercentrale van RWE in Noord-Brabant draait al volledig op biomassa. In de Eemshaven is een van de vier kolenmolens omgebouwd om er biomassa mee te kunnen verstoken. ‘Dat kostte destijds, zo’n tien jaar geleden, rond de €70 mln’, aldus Tabak. Wil het bedrijf de andere molens ook ombouwen, dan zou dat zeker €200 mln kosten. Of dat rendabel is, is nog niet zeker. ‘De markt voor biomassa is vooralsnog erg onzeker, dus die zal door Brussel of de overheid op gang moeten worden geholpen.’
Biomassa wordt in de sector gezien als groenere optie dan het verstoken van kolen, een van de vervuilendste manieren van energieopwekking. Ook de Europese Commissie ziet biomassa als een belangrijk onderdeel van de energietransitie en de Green Deal.
Meer CO₂-uitstoot
Daar denkt niet iedereen zo over. Verschillende politieke partijen – waaronder de Partij voor de Dieren – en milieuclubs zijn tegen. Volgens hen is biomassa namelijk minstens zo slecht voor het milieu als kolen, zo niet slechter. Bij de verbranding komt namelijk niet minder, maar juist meer CO₂ uit de schoorsteen. ‘Dan is het makkelijk om te denken: hoe kan het dan in godsnaam duurzaam zijn?’ aldus Martin Junginger, hoogleraar bio-based economy, energy & resources aan de Universiteit Utrecht. Maar hij wijst erop dat biomassa, mits goed geproduceerd, een gesloten systeem vormt.
Hij schetst een hypothetisch bos met honderd bomen. Wordt er één gekapt, waarvan het afvalhout gebruikt wordt voor biomassa, dan moet er ook weer één geplant worden. Voor een volwassen boom komt een jonge boom in de plaats, waardoor het bos zichzelf in stand houdt en CO₂ blijft opnemen.
Dat is wel een precair systeem. ‘Het is dus een belangrijke voorwaarde dat het bosbeheer echt regeneratief is. Als je het bos gewoon kaal kapt en nooit meer iets nieuws plant, dan is het inderdaad slecht voor het milieu.’
Fenna Swart, directeur van Comité Schone Lucht, legt uit waarom haar organisatie tegen de verbranding van houtige biomassa ageert. ‘De uitstoot vindt onmiddellijk plaats, terwijl compensatie door nieuwe bosgroei tientallen jaren of langer kan duren. Juist die tijd hebben we niet als we onze klimaatdoelen willen halen.’
Ook Daniël Koelikamp van Extinction Rebellion ziet er geen heil in. ‘We hebben meer bossen nodig in de wereld om het klimaatprobleem het hoofd te bieden. Met biomassa gaan we meer kappen, vanuit een theoretische berekening dat dit hopelijk over tientallen jaren weer CO₂ bespaart.’
Meer bossen nodig
Om de uitstoot verder omlaag te brengen, kijkt de industrie naar het opslaan van de CO₂ uit biomassa. Daardoor zouden de installaties op papier CO₂-negatief worden: de nieuwe bomen compenseren de uitstoot al, en als de uitstoot uit de schoorsteen ook nog onder de zeebodem wordt gestopt, zou het systeem extra CO₂ besparen.
Voor Swart gaat deze berekening niet op. ‘Er worden negatieve emissies geclaimd zonder dat het totale klimaateffect van de gehele houtketen wetenschappelijk is aangetoond. Bij verwerking en transport van de pellets ontstaan ook emissies. Zonder een volledige en controleerbare koolstofbalans kun je niet vaststellen of daadwerkelijk CO₂ uit de atmosfeer wordt verwijderd.’ Ook zouden bedrijven voor afvanginstallaties grote subsidies nodig hebben, terwijl dat overheidsgeld volgens Swart beter kan worden besteed aan andere duurzame energiebronnen.
Zonder subsidie komt afvang echter niet van de grond, aldus de bedrijven. De installaties zouden volgens Tabak van RWE ‘miljarden’ kosten. Maar duurzaamheidssubsidie is vooralsnog enkel beschikbaar voor kleine installaties en RWE valt daarbuiten. ‘Zonder ondersteunend beleid is er voor ons momenteel geen businesscase voor CO₂-afvang.’
Herkomst
Een andere grote kwetsbaarheid is het toezicht op de herkomst van de biomassa. In Nederland gelden andere duurzaamheidseisen voor afvalhout dan voor andere houtsoorten die rechtstreeks uit het bos afkomstig zijn, en waarmee bijvoorbeeld meubels worden gemaakt. Daarvan moet onder meer worden aangetoond dat het gebruik van het hout niet heeft bijgedragen aan ontbossing.
Marinus Tabak, directeur van de RWE-kolencentrale in de Eemshaven, verdedigt het verstoken van biomassa: ‘ Als de vraag is: kun je duurzame en CO₂-neutrale biomassa hebben, dan is het antwoord volmondig ja.’
Toezichthouder de Nederlandse emissieautoriteit (Nea) erkent dat risico. ‘Op het moment dat afval beloond wordt, ontstaat er een prikkel’, aldus de woordvoerder. Kromme, afgebroken takken mogen bijvoorbeeld niet als afval in een zagerij belanden, want die zijn goed voor de biodiversiteit en moeten daarom in het bos blijven liggen. ‘Omdat er geen strenge eisen gelden voor hout afkomstig van houtzagerijen, is dit een risico.’
Zelfverklaringen
RWE maakt onder meer gebruik van ‘zelfverklaringen’, waarin de leverancier verklaart dat het geleverde hout afvalhout is. Maar dat is een wankel systeem, zo bleek onlangs uit onderzoek van de Nea. Een deel (3,5%) van het hout van Rainbow Pellet, een leverancier van RWE, bleek volgens de studie onterecht als duurzaam aangemerkt.
Comité Schone Lucht deed begin 2026 strafrechtelijke aangifte tegen RWE wegens vermoedens van overtreding van duurzaamheidsregels, greenwashing en subsidiefraude. De aangifte volgde op onderzoek van het comité en Biofuelwatch naar de Maleisische houtketen en tekortkomingen in certificering en controle. De politie doet momenteel onderzoek.
Swart: ‘De vraag is niet of een houtpellet een duurzaamheidsstempel heeft, maar of onafhankelijk kan worden vastgesteld waar het hout vandaan komt en wat de gevolgen zijn voor klimaat en natuur.’
RWE stelt dat Rainbow Pellets eens per jaar een bezoek krijgt van een gecertificeerde controleur om op de grond te checken of het hout wel duurzaam wordt verwerkt. Ook zijn RWE-medewerkers de afgelopen jaren meerdere keren zelf bij Rainbow Pellets en in de toeleveringsketen op locatie geweest.
Volgens de Nea is het een probleem dat de controleurs de eigen verklaringen van de bedrijven niet hóéfden te toetsen bij de bron. ‘Dat wordt nu aangepakt’, stelt de woordvoerder. Nieuwe Europese regels verplichten controleurs steekproefsgewijs ter plekke het zaagsel te checken.
RWE-ceo Tabak heeft er ‘100% vertrouwen in’ dat zijn centrales enkel afvalhout verstoken. ‘Kan het toezicht beter? Absoluut. Moeten we dat doen? Zeker. Maar als de vraag is: kun je duurzame en CO₂-neutrale biomassa hebben, dan is het antwoord volmondig ja.’
Wil je dat risico lopen?
Volgens hoogleraar Junginger gaat het in veel van de gevallen goed. Voor de productie van biomassa uit landen als de Verenigde Staten en Canada vindt volgens hem nauwelijks ontbossing plaats, daar is het toezicht scherp. Uniper laat weten het overgrote deel van zijn hout uit deze landen te halen.
‘In Maleisië is wel degelijk sprake van ontbossing, daar kunnen we kort over zijn.’ Maar die treedt vooral op bij de productie van bijvoorbeeld planken. Ontbossing voor enkel biomassapellets is volgens hem onwaarschijnlijk. Daarvoor bestaat geen economische rationale, benadrukt zowel de hoogleraar als de Nea. Junginger: ‘Een houtproducent kan veel meer verdienen aan planken. Dus waarom een hele boom opofferen om er pellets van te maken?’
Wel blijft het risico in Maleisië dus groter dat illegale kap in een zagerij belandt die uit het afvalhout pellets maakt en levert aan Nederland. Junginger: ‘Je kunt je als bedrijf afvragen: willen we dat risico lopen?’
Dat RWE risicogebied Maleisië niet uitsluit, heeft volgens Tabak verschillende redenen. ‘Prijs is een factor, maar ook spreiding van leveranciers om verstoringen in toeleveringsketens op te kunnen vangen.’ Het uitsluiten van Maleisië is volgens hem te kort door de bocht. ‘Omdat Europa steeds strenge duurzaamheidseisen stelt, maken we de situatie in zo’n land ook beter. Met die buying power van Europa kunnen we de standaarden in de wereld omhoog brengen.’
Scherpere Europese regels
De Europese standaarden worden binnenkort verder aangescherpt. Eind december worden de belangrijkste verplichtingen van de Europese ontbossingswet (EUDR) van kracht. Daarmee gaan de eisen omhoog om aan te tonen dat hout duurzaam is. Zo moeten bedrijven vanaf dat moment bijvoorbeeld bewijzen dat het hout niet afkomstig is van grond waar sinds 2021 ontbossing heeft plaatsgevonden. Ook pellets en reststromen uit de houtindustrie vallen onder deze regels.
Volgens Swart van Comité Schone Lucht zijn de voordelen van houtige biomassa, ook met scherpere eisen, onder de streep niet voldoende om de vele subsidies te rechtvaardigen die bedrijven hiervoor krijgen. Zo kreeg RWE circa €2,3 mrd subsidie toegezegd, waarvan ‘enkele honderden miljoenen’ zijn uitgekeerd, bevestigt het bedrijf.
‘Verlies regelbaar vermogen ligt heel dichtbij’
Ook Uniper kijkt nadrukkelijk naar de overheid voor onder meer subsidies en langjarige zekerheid over de vraag naar biomassa. ‘We onderzoeken zeker de optie om 100% op biomassa te gaan draaien, maar we missen nu echt duidelijk beleid. We hebben voor een periode van tien tot vijftien jaar duidelijkheid nodig over de rol en het gebruik van biomassa.’
Uniper mist de urgentie in Den Haag. ‘Het jaartal 2030 wordt vaak genoemd, dan sluiten de kolencentrales.’ Maar, zo waarschuwt de woordvoerder, al veel eerder verliest Nederland een deel van de capaciteit om energieproductie snel te kunnen op- en afschalen indien nodig. Daarvoor worden nu veelal kolen en gas gebruikt. ‘Als wij kort na 2030 omgebouwd moeten zijn, moeten we ergens volgend jaar de investeringsbeslissing nemen.’
Volgens het ministerie van EZK ‘staat het de eigenaren van kolencentrales vrij om op basis van biomassa verder te gaan’, eventueel in combinatie met CO₂-afvang. Voor dat laatste kunnen de centrales vooralsnog echter in veel gevallen geen aanspraak maken op subsidie.
Comité Schone Lucht bereidt een civiele procedure tegen de Nederlandse staat voor. Swart: ‘We willen de rechter laten toetsen of de overheid haar wettelijke verplichtingen schendt door houtverbranding als duurzaam te behandelen en te subsidiëren, terwijl de controle op de herkomst en duurzaamheid van het hout wezenlijke tekortkomingen kent.’
Dan nog liever gas
Bestaat er dan geen enkele manier van biomassa die wel kan bijdragen aan de klimaatdoelen? Swart: ‘Biogas uit geschikte reststromen, zoals gft en mest, kan een bijdrage leveren.’ Ze wijst erop dat zelfs aardgas minder directe CO₂-uitstoot veroorzaakt dan houtverbranding. ‘Het is dan ook merkwaardig om hout als transitiebrandstof in te zetten. Publiek geld kunnen we beter investeren in slimme energiebesparing, zon en geothermie.’