‘Duurzame’ biomassa uit Maleisië is formeel groen, tot gruwel van milieuclub: ‘Het systeem faalt’. In de VOLKSKRANT, 22 januari 2026
De biomassa uit Maleisië die energieconcern RWE als houtpellets verstookt in zijn energiecentrales, voldoet aan de duurzaamheidsregels, stelt toezichthouder NEa. Milieuorganisaties spreken juist van falende controle op een sector waarin miljarden omgaan.
Is de biomassa uit Maleisië die RWE in zijn energiecentrales verstookt als houtpellets nu wel of niet duurzaam? Nee, zegt Milieuorganisatie Comité Schone Lucht, dat afgelopen zomer de Nederlandse toezichthouder vroeg om handhavend op te treden tegen misstanden. Uit het onderzoek dat de Nederlandse Emissieautoriteit NEa daarop instelde, komt naar voren dat de pellets voldoen aan alle criteria. Maar zijn ze daarmee ook duurzaam?
De kwestie speelde afgelopen zomer rond 190 duizend ton houtpellets, samengeperste korrels van zaagsel en houtafval, die in 2024 zijn geïmporteerd uit Maleisië. Hiervoor ontbrak volgens Comité Schone Lucht en het Britse Biofuelwatch een geldig duurzaamheidscertificaat. De stroom die RWE hiermee heeft geproduceerd is daarom niet groen, zeggen beide clubs. Dat betekent dat het recht op de zogenoemde SDE-subsidie vervalt, aldus CSL, dat de toezichthouder afgelopen zomer vroeg om ‘handhavend op te treden’.
Groen stempel
Om gerommel te voorkomen met de productie van duurzame houtpellets, is een internationaal toezichtsysteem opgetuigd. Zo worden voor houtpellets onder meer duurzaamheidscertificaten uitgereikt door Control Union Certifications (CUC), de instantie die de pelletproducenten controleert.
Maar de toezichtsregels zijn niet altijd even helder, constateert de NEa. Zo mogen producenten zelf duurzaamheidsverklaringen afgeven. Ook kunnen leveranciers zich tijdelijk aan het toezicht onttrekken. Niettemin komt NEa in een onderzoek dat donderdag is gepubliceerd tot de slotsom dat het overgrote deel van de pellets die RWE gebruikt terecht een groen stempel kreeg.
Hoe zit dat? Er zijn grofweg twee categorieën pellets. Voor houtkorrels uit boomstammen, stronken en takken – hout dat rechtstreeks uit het bos komt – gelden strenge regels. Dit hout valt in categorie 1 en 2 en hiervan moet worden aangetoond dat het afkomstig is uit duurzaam beheerd bos waar over de biodiversiteit wordt gewaakt.
Altijd duurzaam
Maar de pellets die RWE gebruikt, zijn gemaakt van zaagsel dat bijvoorbeeld ontstaat bij de productie van meubels. Zaagsel valt in categorie 5 en hier worden nauwelijks duurzaamheidseisen aan gesteld. Zaagsel, ook van mogelijk ‘fout’ hout, is altijd duurzaam. De controle stopt bij de zagerij.
De klacht van CSL over groen wanbeheer ging daarmee direct van tafel, omdat duurzaam bosbeheer geen rol speelt als het gaat om houtpellets van zaagsel uit een zagerij. ‘Zaagsel wordt gezien als afval, omdat er geen andere hoogwaardige toepassing beschikbaar is’, laat een woordvoerder van NEa weten. ‘Dan is de inzet voor energieopwekking te verkiezen boven het storten ervan, of andere manieren van verbranden.’
NEa zegt dat ze geen wettelijke taak heeft om dieper in de keten te kijken naar duurzaamheidsaspecten. De toezichthouder spreekt ook geen oordeel uit over het duurzame karakter van de pellets. ‘Wij stellen de eisen niet vast, dat doet de wetgever. Wij doen het onafhankelijk toezicht’, aldus de woordvoerder.
Het ministerie van Klimaat en Groene Groei, dat is belast met de handhaving, besloot donderdag hier niet tot over te gaan, omdat uit het NEa-rapport blijkt dat de biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen.
Hoewel het slechts om ‘afval’ gaat, betekent dit niet dat houtpellets geen belangrijke markt zijn: alleen al voor de energie die RWE opwekt met zijn biomassa heeft uitvoeringsorgaan RVO sinds 2016 ruim 2,5 miljard euro subsidie gereserveerd.
Miljardenmarkt
De markt voor Maleisische pellets is bovendien groot: bijna 14 procent van de houtpellets die RWE in 2024 verstookte kwam uit dit land. Vanwege de enorme bedragen ligt fraude op de loer. Daarom moet het toezicht in orde zijn. CSL twijfelt hier sterk aan. NEa ziet verbeterpunten.
Hoewel de klacht van CSL over slecht beheerde bossen niet is behandeld, heeft NEa wel onderzocht of de regels rond de productie van Maleisische houtpellets goed worden nageleefd. Zo is gekeken of de certificeerder Control Union Certifications (CUC) zijn werk goed heeft gedaan. Volgens NEa is dat grotendeels het geval.
Volgens het NEa-rapport is niet altijd duidelijk wat onder afvalhout wordt verstaan. De toezichthouder ontdekte bijvoorbeeld dat in 2024 een partij hout is geleverd die door de zagerij werd afgekeurd en vervolgens als categorie 5 in de boeken is gezet. Dat had niet gemogen, omdat er een bewerking moet plaatsvinden in de zagerij, aldus NEa. Het ging om ‘een beperkte hoeveelheid’ van 500 ton (3,5 procent van de levering van deze producent). Het rapport spreekt van een ‘kwetsbaarheid’ in het toezicht.
Zelfcontrole
Ook ziet NEa gebreken bij de controle op de duurzaamheid van de pellets. Verklaringen hierover worden namelijk afgegeven door de producenten zelf. In sommige gevallen zitten de zagerij en pelletfabrikant in dezelfde holding. Dit is onder meer zo bij Rainbow Pellets, dat in 2024 ruim 85 procent van alle Maleisische pellets aan RWE leverde. Het systeem biedt hierdoor ‘weinig houvast’ om belangenverstrengeling te voorkomen, aldus Nea.
Tot nu toe hoefden certificeerders geen fysieke controles uit te voeren bij zagerijen. Nieuwe Europese wetgeving stelt dit vanaf begin dit jaar wel verplicht.
Geen ‘zaagselcreatie’
Een ander punt van aandacht is de vraag of zagerijen niet onnodig zaagsel produceren voor de verkoop van pellets. NEa zegt hiervoor geen aanwijzingen te hebben, omdat de prijzen van bewerkt hout ook in Maleisië tien tot twintig keer hoger liggen dan die van pellets voor de Nederlandse markt. Het is dus voor Maleisische bedrijven financieel aantrekkelijker om het hout te gebruiken voor meubels.
Om te kijken of er toch niet onnodig zaagsel wordt geproduceerd, heeft de toezichthouder de totale houtproductie in Maleisië vergeleken met de totale zaagselopbrengst. Ook daar ziet het rapport geen onverklaarbare verschillen. Er wordt dus ogenschijnlijk geen zaagsel ‘gecreëerd’.
Toch zijn er meer zorgen. Zo is het systeem van certificering vrijwillig. Dit betekent dat een bedrijf elk moment zijn certificering kan stopzetten. Daarmee stoppen ook de controles, terwijl het concern nog maandenlang ‘duurzame’ pellets kan verkopen. In 2024 gebeurde dit bij een van de leveranciers, Bio Green Technology. NEa ontdekte dat ruim 500 ton pellets hierdoor onterecht als duurzaam is aangemerkt, overigens omdat iemand was vergeten een vinkje te zetten bij ‘categorie 5’.
NEa adviseert om controles in de toekomst met terugwerkende kracht uit te voeren zodra een producent zijn certificering opgeeft.
Ondanks deze tekortkomingen is het volgens de toezichthouder aannemelijk dat het gros van de pellets die aan RWE zijn geleverd inderdaad categorie 5 betreft en dus voldoen aan de Nederlandse eisen voor duurzaamheid. Het energiebedrijf heeft altijd gezegd dat het zich houdt aan alle regels rond duurzaamgebruik van biomassa.
Fenna Swart van Comité Schone Lucht, dat het handhavingsverzoek indiende, zegt dat de toezichthouder conclusies trekt ‘op basis van een vrijwillig en niet door de EU erkend keurmerk dat door de industrie zelf is opgezet’. Swart: ‘Er wordt totaal niet gekeken of de biomassa daadwerkelijk duurzaam is verkregen.’
Kwetsbaar
De NEa erkent dat de controle op de herkomst van het zaagsel ‘kwetsbaar’ is, vooral omdat de duurzaamheidstoekenning te veel leunt op verklaringen door leveranciers zelf. ‘Dat vinden we te mager’, aldus de woordvoerder. De toezichthouder wordt op haar wenken bediend: vanaf dit jaar moeten certificeerders bij zagerijen steekproefgewijs de verwerking van het zaagsel controleren.
Swart heeft geen goed woord over voor de bevindingen. ‘Dit rapport bevestigt niet dat de biomassa duurzaam is, maar legt bloot hoe het Nederlandse duurzaamheidssysteem structureel faalt’, stelt ze. Ze verwijt de toezichthouder ‘een gebrek aan ecologische realiteitszin’.