Ter attentie van: Minister voor Klimaat en Energie dhr. R. Jetten, en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Afdeling Juridische Zaken Postbus 40219, 8004 DE Zwolle.

Copie aan: Commissie EZK

Betreft: Bezwaar tegen besluit SDE subsidie inzake biomassacentrale Diemen van Vattenfall (dd 22 maart 2023) – Projectnummer SDE2212888; Kenmerk SDE2212888/1.6.6f.

Datum: 25 augustus 2023

Van: Comité Schone Lucht, Mobilisation for the Environment en Leefmilieu

Geachte Minister Jetten en organisatie Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,

Op 22 maart 2023 heeft RVO namens de Minister voor Klimaat en Energie dhr. R. Jetten besloten een SDE++ subsidie van maximaal € 395,28 miljoen toe te kennen aan Vattenfall Power Generation Netherlands B.V. te Amsterdam voor het project Biomassacentrale, Overdiemerweg 35 te Diemen. Het betreft projectnummer SDE2212888 (https://data.rvo.nl/subsidies-regelingen/projecten/sde2212888-biomassa) en kenmerk SDE2212888/1.6.6f . De subsidieperiode start op 1 september 2025 en de subsidieperiode eindigt op 31 augustus 2037. Het betreft een biomassacentrale met nominaal opgesteld vermogen van 100 MW. De SDE-categorie betreft ‘2022 Ketel op duurzame houtpellet ≥ 10 MW (HW/E)’11Verplichtingen aan SDE++ subsidie (zie besluit dd 22 maart 2023): Aan deze subsidie is een aantal verplichtingen verbonden:
• U verstrekt binnen 18 maanden na verzending van deze brief, opdrachten voor de levering van onderdelen voor de productie-installatie en opdrachten voor de bouw van de productie-installatie en zendt RVO hiervan een afschrift.
• U neemt de productie-installatie uiterlijk binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
• U realiseert en exploiteert de productie-installatie daadwerkelijk overeenkomstig de gegevens zoals die bij de aanvraag om subsidie zijn ingediend. Voor eventuele wijzigingen vraagt u altijd vooraf toestemming aan RVO. RVO zal uw verzoek dan toetsen aan de voorwaarden van de regeling.
• U rapporteert RVO jaarlijks over de voortgang van de realisatie van de productie-installatie tot het moment van ingebruikname van de productieinstallatie. Te beginnen een jaar na de datum van de beschikking.
• Wanneer u meerdere SDE-beschikkingen heeft: u meet de productie van hernieuwbare warmte per beschikking tot subsidieverlening.
.

Bezwaar tegen besluit SDE++ 22 maart 2023
Comité Schone Lucht, Mobilisation for the Environment en Leefmilieu tekenen bezwaar aan tegen het besluit van de Minister voor Klimaat en Energie dhr. R. Jetten/ RVO dd 22 maart 2023. Hieronder wordt het bezwaar nader toegelicht.

Waarom nu een bezwaarschrift?
Het subsidiebesluit is nooit gepubliceerd. Het besluit heeft ons op 23 augustus 2023 (via een Besluit Wet open overheid, Besluit woo/2023/133) bereikt. Hierop hebben we zo snel mogelijk bezwaar gemaakt middels deze brief.

Ontvankelijkheid
Volgens nationale wetgeving kan alleen de aanvrager of een concurrent bezwaar maken. Wij beroepen ons op de aanbeveling van het Aarhus Committee (Nalevingscomité van Aarhus), die eerder heeft geadviseerd dat ook ngo’s bezwaar moeten kunnen maken in geval van natuurschadelijke subsidies. Dat is hier evident het geval. Zie: www.clientearth.org/latest/press-office/press/ngos-win-right-to-take-eu-commission-to- court-over-environment-harming-subsidies2Het besluit bevestigt onder meer dat NGO’s en het publiek procesbevoegdheid (dat wil zeggen toegang tot interne en rechterlijke toetsing) moeten hebben bij staatssteunbesluiten die mogelijk in strijd zijn met het EU-milieurecht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer steun wordt goedgekeurd voor een project dat feitelijk niet aan de verplichtingen voldoet..

Vervallen SDE+ subsidie 2019
In 2019 is reeds een SDE+ subsidie ter waarde van € 396 miljoen ten behoeve van Biomassacentrale Diemen van Vattenfall Power Generation toegekend. Zie voor de betreffende gegevens bijlage 1. Omdat als subsidie-verplichting wordt gesteld dat de productie-installatie uiterlijk binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik dient te zijn genomen (zie voetnoot 1), komt deze in 2023 te vervallen. Dit kan voor Vattenfall Power Generation reden zijn geweest om deze nieuwe SDE++ aanvraag in te dienen.

Stopzetting nieuwe biomassasubsidies lagetemperatuurwarmte per 22 april 2022
Op 22 april 2022 heeft het kabinet besloten om subsidies voor opwekking van lagetemperatuur warmte door middel van biomassaverbranding per onmiddellijk te stoppen. Voor de motivatie van het besluit zie: www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/04/22/onmiddellijke-subsidiestop-voor-laagwaardige-warmte-uit-biogrondstoffen“Het kabinet heeft besloten per direct te stoppen met nieuwe subsidies voor houtige biogrondstoffen voor laagwaardige warmte. Het gaat hier specifiek om de productie van lage temperatuurswarmte (100°C) uit houtige biogrondstoffen. Deze warmte wordt voornamelijk gebruikt voor het verwarmen van gebouwen en kassen. Minister Jetten voor Klimaat en Energie: ‘Biogrondstoffen spelen een belangrijke rol bij het bereiken van een klimaatneutrale en circulaire economie. Biogrondstoffen zijn cruciaal om minder afhankelijk te worden van fossiele grondstoffen, zeker in sectoren waar beperkt tot geen duurzame alternatieven bestaan. Tegelijkertijd heeft het kabinet oog voor de maatschappelijke zorgen over biogrondstoffen. Daarom hebben we besloten per direct te stoppen met het afgeven van subsidies voor houtige biogrondstoffen voor laagwaardige warmte.”

Zie tevens de bijbehorende Kamerbrief Beleidsinzet biogrondstoffen dd 22 april 2022 (open.overheid.nl/documenten/ronl-7fbf02296b8e93cf235319dcc4331c2ea6153566/pdf), onder meer op pagina 5:
“Het kabinet heeft besloten onmiddellijk te stoppen met het afgeven van nieuwe subsidies voor lagetemperatuurwarmte uit houtige biogrondstoffen. Dit betekent dat de temperatuurseis van 100 °C die naar aanleiding van de motie Van Esch c.s. (Kamerstuk 30 175, nr. 372) tijdelijk in de SDE++ is geïntroduceerd voor de categorieën voor warmteproductie met houtige biogrondstoffen permanent wordt.”

Wij zijn van mening dat het onderhavige subsidiebesluit niet in lijn is en strijdig is met het kabinetsbesluit dd 22 april 2023 om subsidies voor opwekking van lagetemperatuurwarmte door middel van biomassaverbranding per onmiddellijk te stoppenHet onderhavige subsidiebesluit is niet naar de letter en de geest van het verbod genomen. Het kabinetsbesluit betreft een verbod op subsidie voor biomassaverbranding voor de productie van lagetemperatuurwarmte die wordt geleverd aan warmtenetten en kassen.
Alternatieve duurzame warmtebronnen voor warmtenetten, evenals individuele warmteoplossingen, zoals warmtepompen worden daarbij extra gestimuleerd.

Lagetemperatuurwarmte: aflevertemperatuur bij de afnemer van 100°C of lager
In voetnoot 5 op pagina 5 van betreffende Kamerbrief 22 22 april 2022 wordt lagetemperatuurwarmte gedefinieerd: “Met lage temperatuurwarmte wordt warmte bedoeld die geleverd wordt aan de gebouwde omgeving en de glastuinbouw via bijvoorbeeld warmtenetten. Deze warmte heeft in de regel een aflevertemperatuur bij de afnemer van 100°C of lager. Hoge temperatuurwarmte kent een aflevertemperatuur bij de afnemer van hoger dan 100°C en wordt ingezet in de industrie en niet in de gebouwde omgeving.”

Aflevertemperatuur aan de woning maximaal 95 °C betekent lagetemperatuurwarmte
Bij warmtenetten is de aflevertemperatuur aan de woning maximaal 95 °C. Daarmee wordt er lagetemperatuurwarmte aan de woning geleverd, en geen hogetemperatuurwarmte. Dat er sprake is van een aflevertemperatuur van maximaal 95 °C aan de woning blijkt uit specificaties van diverse zgn afleversets aan woningen. In bijlage 3 is het relevante deel van de afleverset HUI die Vattenfall in warmtenetten Amsterdam en Nijmegen gebruikt, opgenomen. De maximale aanvoertemperatuur en bedrijfstemperatuur bedraagt 95 °C, blijkt uit deze specificatie.
Weliswaar kan de temperatuur van het water in de hoofdtransportleiding van de warmtecentrale naar het warmtenet hoger dan 100 °C zijn, aan de woning is de temperatuur maximaal 95 °C (secundaire en primaire net). Daarmee is er sprake van een toepassing van lagetemperatuurwarmte, en geen hogetemperatuurwarmte. De SDE++ subsidie is daarmee met het besluit van 22 maart 2023 ten onrechte vergund aan Vattenfall. Het onderhavige besluit zou ook – volledig ten onrechte – een precedent voor andere warmtenetten met geplande biomassacentrales hebben gecreëerd.

Intrekking besluit

Het is evident dat de subsidie op onjuiste gronden is verleend. Comité Schone Lucht, Mobilisation for the Environment en Leefmilieu verzoeken u het besluit dd 22 maart 2023 in te trekken.

Graag ontvangen wij een ontvangstbevestiging van dit bezwaar.

Hoogachtend,
Dr. F. Swart, voorzitter Comité Schone Lucht, fennaswart25@gmail.com
Drs. J. Vollenbroek, voorzitter Mobilisation for the Environment, johan@mobilisation.nl
Drs. C. van Steen, voorzitter Leefmilieu, c.van.steen@leefmilieu.nl
Drs. M. Visschers, secretaris Leefmilieu, info@maartenvisschers.nl

Bijlagen:

  1. Gegevens inzake SDE+ subsidie 2019 ter waarde van € 396 miljoen ten behoeve van Biomassacentrale Diemen van Vattenfall Power Generation.
  2. Antwoorden dd 7 juli 2023 op Kamervragen dhr. Van Raan ‘Biomassasubsidies die het kabinet tegen de afspraken in wil verstrekken’ (kenmerk: 2023Z10524, ingezonden 9 juni 2023).
  3. Specificaties Afleversets aan de woning waaruit een maximale aflevertemperatuur van 95 graden blijkt.
  4. Toelichting bij de aanvraag voor een beschikking op grond van de SDE++ in 2022 voor het project Green Heat Diemen van Vattenfall Power Generation B.V. te Diemen. Onderdeel ‘Voldoen aan temperatuur vereiste’ (pagina 4).
  5. Uittreksels KvK van de drie organisaties en machtiging.

Bijlage 1. Gegevens inzake SDE+ subsidie 2019 ter waarde van € 396 miljoen ten behoeve van Biomassacentrale Diemen van Vattenfall Power Generation.

Bijlage 2. Antwoorden dd 7 juli 2023 op Kamervragen dhr. Van Raan ‘Biomassasubsidies die het kabinet tegen de afspraken in wil verstrekken’ (kenmerk: 2023Z10524, ingezonden 9 juni 2023) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/07/07/beantwoording-kamervragen- over-biomassasubsidies-die-het-kabinet-tegen-de-afspraken-in-wil-verstrekken
Vraag 4: Op grond waarvan is Vattenfall uitgezonderd van de stop op nieuwe biomassasubsidies?
Vraag 5: Hoe kan het dat een bedrijf als Vattenfall, die op haar website verklaart nog geen definitief besluit te hebben genomen over de bouw van een biomassacentrale (in Diemen), wel in aanmerking komt voor subsidies die niet meer verstrekt zouden worden?
Antwoord op vraag 4/5:
“Er is geen sprake van een uitzondering voor Vattenfall. Conform het afbouwpad DGKE-K / 28061447 gold in de SDE++ 2022 de eis dat warmte hoogwaardig (wat wil zeggen hoger dan 100 graden) moet zijn bij het gebruik van houtige biomassa. De categorie waarvan Vattenfall gebruik heeft gemaakt is “Ketel op houtpellets voor stadsverwarming ≥ 10 MWth”. Deze is aangekondigd in de kamerbrief over de openstelling van de SDE++ 2022 (Kamerstuk 31239, nr. 342). Het gaat in dit geval om een project voor een bestaand stadsverwarmingsnet dat werkt op deze hoge temperaturen. Om die reden voldeed het aan de subsidievoorwaarden van 2022. Een definitief besluit voor de bouw van een centrale is niet nodig en meestal ook niet mogelijk voor de aanvraag van een SDE-subsidie. Dit geldt overigens voor alle categorieën in de SDE++ regeling. In de SDE++ 2023 bouwen we de rol van houtige biomassa nog verder af. Ook toepassingen op hoge temperatuur voor de gebouwde omgeving en tuinbouw komen sinds deze ronde niet meer in aanmerking voor subsidie.”

Commentaar bezwaarmakers: bij de interpretatie van het besluit van 22 april 2022 van het kabinet wordt door Vattenfall een onderscheid gemaakt tussen toepassingen voor de gebouwde omgeving en tuinbouw enerzijds op zogenaamde hogetemperatuurwarmte (geen verbod van toepassing) en anderzijds op lagetemperatuurwarmte (wel een verbod van toepassing). Deze nieuwe en nadere interpretatie van het subsidieverbod door aanvrager Vattenfall wordt ten onrechte door RVO overgenomen en toegepast om Vattenfall een nieuwe biomassasubsidie te kunnen verstrekken. Voor de SDE++ 2023 wordt deze optie/ interpretatie te niet gedaan cq komt deze optie/ interpretatie te vervallen. Dan komen ook toepassingen op zogenaamde hogetemperatuurwarmte voor de gebouwde omgeving en tuinbouw niet meer in aanmerking voor subsidie, aldus de minister in het antwoord op kamervragen hierover. Hieruit blijkt dat er eenmalig een uitzondering voor Vattenfall is gemaakt om subsidieverstrekking mogelijk te maken. Bezwaarmakers zijn van mening dat de minister vanaf het besluit van 22 april 2022 álle toepassingen voor de gebouwde omgeving en tuinbouw niet in aanmerking had moeten laten komen, en geen uitzonderingen had moeten toestaan.

Bijlage 3. Specificaties diverse afleversets aan de woning waaruit een maximale aanvoertemperatuur van 95 graden blijkt.

Afleverset type HUI: maximale temperatuur aanvoer en maximale bedrijfstemperatuur van 95 °C. Toegepast bij warmtenet Amsterdam en Vattenfall Nijmegen.

Afleverset Flamco, specificatie: maximale aanlevertemperatuur 95 graden

Afleverset DHC Holland, specificaties pagina 11: aanvoertemperatuur 90 graden

Afleverset AquaHeat, technische gegevens: aanvoertemperatuur 65-95 graden

Bijlage 4. Toelichting bij de aanvraag voor een beschikking op grond van de SDE++ in 2022 voor het project Green Heat Diemen van Vattenfall Power Generation B.V. te Diemen. Onderdeel ‘Voldoen aan temperatuur vereiste’ (pagina 4)

Voldoen aan temperatuur vereiste
De geproduceerde warmte wordt in het stookseizoen op meer dan 100 graden aangeleverd aan de gebruikerszijde. De temperatuur bij de grote WOS-en (Warmte Overdracht Stations) in het warmtenet ligt bij koude buitentemperaturen ruim boven de 100 graden.
—————-
Commentaar van bezwaarmakers: de aflevertemperatuur aan de woning (gebruikerszijde) is maximaal 95 graden dwz onder de 100 graden (anders ontstaat er een onveilige situatie) en daarmee is er sprake van lagetemperatuurwarmte.

Schematische weergave temperaturen van warmtebron tot afleverset:


  • 1
    1Verplichtingen aan SDE++ subsidie (zie besluit dd 22 maart 2023): Aan deze subsidie is een aantal verplichtingen verbonden:
    • U verstrekt binnen 18 maanden na verzending van deze brief, opdrachten voor de levering van onderdelen voor de productie-installatie en opdrachten voor de bouw van de productie-installatie en zendt RVO hiervan een afschrift.
    • U neemt de productie-installatie uiterlijk binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
    • U realiseert en exploiteert de productie-installatie daadwerkelijk overeenkomstig de gegevens zoals die bij de aanvraag om subsidie zijn ingediend. Voor eventuele wijzigingen vraagt u altijd vooraf toestemming aan RVO. RVO zal uw verzoek dan toetsen aan de voorwaarden van de regeling.
    • U rapporteert RVO jaarlijks over de voortgang van de realisatie van de productie-installatie tot het moment van ingebruikname van de productieinstallatie. Te beginnen een jaar na de datum van de beschikking.
    • Wanneer u meerdere SDE-beschikkingen heeft: u meet de productie van hernieuwbare warmte per beschikking tot subsidieverlening.
  • 2
    Het besluit bevestigt onder meer dat NGO’s en het publiek procesbevoegdheid (dat wil zeggen toegang tot interne en rechterlijke toetsing) moeten hebben bij staatssteunbesluiten die mogelijk in strijd zijn met het EU-milieurecht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer steun wordt goedgekeurd voor een project dat feitelijk niet aan de verplichtingen voldoet.