Persbericht: biomassacertificering faalt maar minister grijpt niet in
Toezichthouder ziet blinde vlekken in biomassa certificering, maar grijpt niet in | Miljarden aan biomassa subsidies steunen op niet-erkend keurmerk.
DEN HAAG | 22 januari 2026. Minister Hermans heeft vandaag haar besluit bekendgemaakt over het handhavingsverzoek van Comité Schone Lucht en Biofuelwatch. Dat verzoek ging over de import en subsidiëring van houtpellets uit Maleisië voor biomassaverbranding in Nederland. De minister baseerde haar besluit op het NEa onderzoek dat ook vandaag is vrijgegeven. (Publicatie is 22 jan. 2026- 10.00 uur AM, van zowel NEa rapport als handhavingsbesluit minister op site Rijksoverheid)
De NEa erkent dat het gebruikte biomassa keurmerk de Nederlandse duurzaamheidseisen niet volledig dekt. Toch blijven subsidies voor houtpellets uit Maleisië ongemoeid.
Het rapport van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) over de import van Maleisische houtpellets voor biomassaverbranding bevestigt niet dat deze biomassa duurzaam is, maar laat zien dat het Nederlandse duurzaamheidssysteem structureel tekortschiet. Dat stellen Comité Schone Lucht (CSL) en Biofuelwatch in reactie op het vandaag door minister Hermans bekendgemaakte besluit over hun handhavingsverzoek.
Het handhavingsverzoek van de milieuorganisaties richt zich op de import en subsidiëring van houtpellets uit Maleisië door energiebedrijf RWE. Volgens CSL en Biofuelwatch wordt deze biomassa ten onrechte als duurzaam aangemerkt, terwijl onafhankelijk onderzoek wijst op directe en illegale ontbossing, hogere CO₂-uitstoot en het omzeilen van Europese regels. Vorige week deden de organisaties aangifte tegen RWE wegens het gebruik van een niet door de EU erkend keurmerk (Green Gold Label), in strijd met de Nederlandse SDE++-voorwaarden.
De NEa concludeert in haar toezichtsonderzoek dat de leveringen ‘voldoen aan de duurzaamheidseisen’, maar baseert zich daarbij uitsluitend op de correcte toepassing van het vrijwillige en niet-EU-erkende GGL-certificeringssysteem. Volgens de milieuorganisaties is dat misleidend. “Het rapport toetst procedures, niet de ecologische werkelijkheid,” stelt Comité Schone Lucht. “Dat een certificeringsschema correct is gevolgd, betekent niet dat de biomassa duurzaam is.”
De NEa erkent in het rapport onder meer dat het GGL-schema de Nederlandse duurzaamheidseisen niet volledig afdekt, dat categorie 5 biomassa onvoldoende houvast biedt en dat er ‘blinde vlekken’ bestaan waardoor niet-duurzame biomassa toch kan worden gecertificeerd. Ook constateert de toezichthouder dat hout dat rechtstreeks uit het bos komt, is geclassificeerd als reststroom, terwijl het ecologisch nog een functie had voor bodem en biodiversiteit.
Volgens de organisaties fungeert categorie 5 biomassa inmiddels als een juridische ontsnappingsroute om duurzaamheidscriteria te omzeilen. Dat de NEa dit afdoet als een beperkt volume is volgens hen onjuist en irrelevant. “De wetgever heeft duurzaamheid niet bedoeld als een statistische afvinkoefening. Eén onterechte classificatie is genoeg om subsidie- en klimaatbeleid te ondermijnen,” aldus Biofuelwatch.
Daarnaast wijst het rapport erop dat het GGL-systeem grotendeels steunt op zelfverklaringen van leveranciers, zonder onafhankelijke toetsing of waarborgen tegen belangenverstrengeling. Desondanks ziet de NEa geen aanleiding voor handhavend optreden richting RWE of voor het opschorten of terugvorderen van subsidies.
Volgens de milieuorganisaties ontwijkt de NEa daarmee haar toezichthoudende verantwoordelijkheid. “De NEa stelt dat het niet aan haar is om te bepalen wat duurzaam of duurzame bosbouw is, terwijl zij tegelijkertijd vaststelt dat het systeem duurzaamheid niet borgt. Dat is bestuurlijk onhoudbaar,” stellen zij.
CSL en Biofuelwatch concluderen dat het NEa-rapport geen vrijspraak is voor RWE of de biomassa-industrie, maar een aanklacht tegen een systeem dat greenwashing faciliteert met publiek geld. “Zolang hout uit ontbossingsgevoelige tropische regio’s als ‘afval’ kan worden bestempeld op basis van een zelfverklaring, is er geen sprake van duurzame energie, maar van gesubsidieerde bosvernietiging.”
“Dit rapport is geen vrijspraak, maar een bekentenis dat het systeem niet werkt. De NEa controleert formulieren, niet de werkelijkheid in het bos. Zo wordt ontbossing met publiek geld gelegitimeerd.” –Comité Schone Lucht (Fenna Swart, directeur)
“Dat een vrijwillig, door de industrie opgezet keurmerk correct is gevolgd, zegt niets over duurzaamheid. Categorie 5 biomassa is verworden tot een juridische sluiproute. Eén verkeerde classificatie is genoeg om klimaatbeleid te ondermijnen” – Biofuelwatch (Almuth Ernsting)
Belangrijkste punten in dit persbericht:
Wat is er vandaag besloten?
Minister Hermans heeft haar besluit bekendgemaakt over het handhavingsverzoek van Comité Schone Lucht en Biofuelwatch. Dat verzoek ging over de import en subsidiëring van houtpellets uit Maleisië voor biomassaverbranding in Nederland.
Wat zegt het NEa-rapport?
De NEa concludeert dat de leveringen formeel voldoen aan de duurzaamheidseisen, omdat het gebruikte certificeringsschema correct is toegepast. Tegelijk erkent de NEa dat dit schema de Nederlandse eisen niet volledig afdekt en dat er ‘blinde vlekken’ bestaan.
Waarom zijn de milieuorganisaties kritisch?
Volgens hen toetst de NEa vooral procedures en niet of de biomassa daadwerkelijk duurzaam is. Onafhankelijk onderzoek wijst op ontbossing, extra CO₂-uitstoot en het omzeilen van Europese regels, zoals aangegeven in het handhavingsverzoek
Wat is categorie 5 biomassa?
Dat is biomassa die als reststroom van de houtbewerkende industrie (zoals een zagerij) wordt gezien. De NEa erkent dat ook hout dat rechtstreeks uit het bos komt (categorie 1 en 2 biomassa) onder deze categorie is geschaard, terwijl dat hout ecologisch nog een functie had.
Waarom is dat problematisch?
Omdat categorie 5 minder strenge eisen kent en zo kan worden gebruikt om duurzaamheidscriteria te ontwijken, terwijl de wetgever dit niet zo heeft bedoeld.
Wat verwijten de organisaties de NEa?
Dat zij wel tekortkomingen constateert, maar geen handhavende consequenties verbindt aan haar eigen bevindingen.
Wat zijn de vervolgstappen?
De organisaties hebben vorige week aangifte gedaan tegen RWE en sluiten verdere juridische stappen niet uit.