Aan: Directie RWE Generation NL B.V.
T.a.v.: Marinus Tabak, directievoorzitter RWE Generation
Cc: Directie TenneT TSO B.V.

Betreft: Toekomst Amercentrale – overeenkomst TenneT, publieke financiering, biomassaverbranding en BECCUS

Amsterdam, 13 oktober 2026

Geachte heer Tabak,

Namens Comité Schone Lucht, Mobilisation for the Environment (MOB) en Leefmilieu verzoeken wij u om opheldering over de toekomst van de Amercentrale in Geertruidenberg. Aanleiding is de voorgenomen overeenkomst met netbeheerder TenneT, het aflopen van de biomassasubsidies en de mogelijke gevolgen voor de exploitatie van de centrale en de plannen voor CO₂-afvang (BECCUS).

Deze ontwikkelingen zijn extra relevant in het licht van de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE 2026), waarin het kabinet opnieuw een aanzienlijke rol voorziet voor biomassaverbranding als regelbaar vermogen richting 2040.

1. Biomassacentrale zonder subsidie niet rendabel

RWE heeft zelf aangegeven dat het bedrijf tot 2027 maximaal € 2,5 miljard aan SDE+-subsidie voor de inzet van biomassa ontvangt. Op de website van de gemeente Drimmelen, bijgewerkt op 23 september 2026, staat dat RWE heeft aangegeven dat elektriciteitsopwekking met biomassa zonder subsidie te duur wordt. Volgens de gemeente stopt de Amercentrale daarom in 2027 met het leveren van restwarmte aan de warmtenetten. Tegelijkertijd blijkt uit Europese aanbestedingspublicaties en berichtgeving van Tennet zelf (dd 12 oktober 2026) dat TenneT de Amercentrale van 1 mei 2027 tot en met 31 december 2028 exclusief beschikbaar houd voor spanningsregeling en het voorkomen of oplossen van transportbeperkingen op het elektriciteitsnet in Noord-Brabant. TenneT heeft hierover inmiddels ook een publieke toelichting gegeven. De overeenkomst voorziet in een vergoeding voor de beschikbaarheid van de centrale. De kosten van daadwerkelijke inzet, waaronder biomassa, gas en CO₂-emissierechten, worden afzonderlijk behandeld. De financiële omvang van de overeenkomst is niet openbaar gemaakt. Wij erkennen het belang van een betrouwbaar elektriciteitsnet. Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling de vraag op of het wegvallen van biomassasubsidies feitelijk wordt gevolgd door een nieuwe financieringsconstructie, en welke kosten uiteindelijk bij elektriciteitsgebruikers terechtkomen.

2. Nieuwe beleidsplannen voor grootschalige biomassaverbranding

Het NPE 2026 rekent in het gehanteerde scenario voor 2040 met ongeveer 7 TWh elektriciteitsproductie uit houtige biomassa, waarvoor circa 70 PJ biogrondstoffen nodig zou zijn. Dat komt volgens onze berekening neer op ongeveer 3,5 miljoen ton biomassa per jaar. Opmerkelijk is dat het kabinet in hetzelfde plan erkent dat biomassacentrales bij de huidige ETS-prijzen niet rendabel lijken en dat toekomstige inkomsten uit negatieve emissies via BECCS mogelijk een verdienmodel kunnen bieden. Het NPE signaleert bovendien een wezenlijke spanning tussen regelbaar vermogen, dat doorgaans relatief weinig draaiuren kent, en de economische haalbaarheid van CO₂-afvang, waarvoor juist langdurige inzet noodzakelijk is. Die spanning is bij de Amercentrale bijzonder relevant, nu RWE plannen ontwikkelt voor BECCUS terwijl de toekomstige exploitatie van de centrale fundamenteel verandert. Overigens geldt voor de RWE Eemshavencentrale ook deze spanning.

  1. Onze vragen
    Wij verzoeken RWE om concrete antwoorden op de volgende vragen.

A. Toekomstige exploitatie

  1. Bevestigt RWE dat de reguliere commerciële elektriciteitsproductie van de Amercentrale per 1 mei 2027 eindigt en de centrale daarna uitsluitend beschikbaar is voor TenneT?
  2. Volgens berichtgeving van TenneT dd 12 oktober 2026 is de overeenkomst inmiddels definitief gesloten. Wat zijn de looptijd, contractuele verplichtingen en mogelijkheden voor verlenging?
  3. Wat is de beoogde toekomst van de Amercentrale na 31 december 2028?

B. Contractwaarde en publieke kosten

  1. Wat is de totale geraamde waarde van de overeenkomst, uitgesplitst naar beschikbaarheidsvergoeding en vergoeding voor daadwerkelijke inzet?
  2. Hoeveel draaiuren en hoeveel elektriciteitsproductie verwacht RWE in 2027 en 2028?
  3. Welke kosten voor biomassa, gas, CO₂-emissierechten en overige exploitatie worden afzonderlijk vergoed?
  4. Hoe verhoudt de vergoeding vanuit TenneT zich tot de inkomsten die RWE eerder ontving uit biomassasubsidies?
  5. Welke andere subsidies, publieke garanties of financiële regelingen zijn vanaf 2027 voor de Amercentrale voorzien of aangevraagd?

C. Biomassaverbranding en duurzaamheid

  1. Bevestigt RWE dat elektriciteitsproductie uit biomassa zonder SDE+-subsidie niet langer economisch rendabel is?
  2. Hoeveel ton houtige biomassa verwacht RWE jaarlijks te verbranden gedurende de overeenkomst met TenneT?
  3. Welke duurzaamheidscriteria, onafhankelijke controles en garanties ten aanzien van de herkomst van de houtpellets blijven daarbij van toepassing?
  4. Wordt bij de inzet van de centrale onderzocht of andere brandstoffen of technische alternatieven het gebruik van houtige biomassa kunnen verminderen of voorkomen?

D. BECCUS en negatieve emissies

  1. Welke gevolgen heeft de nieuwe exploitatievorm voor de geplande CO₂-afvanginstallatie BECCUS bij de Amercentrale?
  2. Is hiervoor inmiddels een definitief investeringsbesluit genomen? Zo nee, wanneer verwacht RWE daarover te besluiten?
  3. Op hoeveel jaarlijkse draaiuren, hoeveel biomassa en hoeveel ton afgevangen CO₂ is de businesscase gebaseerd?
  4. Hoe verenigt RWE het beperkte aantal draaiuren dat past bij regelbaar vermogen met de hoge investeringskosten en benodigde benuttingsgraad van BECCUS?
  5. Welke subsidies, inkomsten uit koolstofverwijderingscertificaten of andere vormen van publieke financiering zijn voor BECCUS voorzien?
  6. Hoe wordt onderbouwd dat sprake zal zijn van daadwerkelijke netto CO₂-verwijdering, rekening houdend met emissies, koolstofverliezen en effecten op bossen in de gehele biomassaketen?
  7. Wat zijn de plannen voor BECCUS bij een Eemscentrale van RWE?

E. Warmtevoorziening

20. Blijft de Amercentrale vanaf mei 2027 op enige wijze beschikbaar als warmtebron of noodvoorziening voor het Amernet?
21. Hoe wordt eventuele warmtelevering verenigd met de exclusieve beschikbaarheid van de centrale voor TenneT?

4. Publieke verantwoording

Na jarenlange omvangrijke subsidies voor biomassaverbranding is transparantie over de verdere exploitatie en financiering van de Amercentrale van groot maatschappelijk belang. Het aflopen van een subsidieregeling mag niet tot gevolg hebben dat de inzet van houtige biomassa onder een andere financiële constructie wordt voortgezet zonder duidelijk inzicht in de kosten, milieugevolgen en noodzaak daarvan. Bovendien vinden wij dat plannen voor toekomstige CO₂-verwijdering uitsluitend kunnen worden ondersteund wanneer de technische, economische en ecologische onderbouwing onafhankelijk toetsbaar is.

Wij verzoeken u bovenstaande vragen uiterlijk 21 oktober 2026 schriftelijk te beantwoorden en, waar mogelijk, de relevante onderliggende contractuele en technische informatie beschikbaar te stellen. Indien bepaalde gegevens volgens RWE vertrouwelijk zijn, ontvangen wij graag een gemotiveerde toelichting en de informatie die wel openbaar gemaakt kan worden. Gezien het publieke belang behouden wij ons voor onze vragen en uw antwoorden openbaar te maken.

Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,

Namens Comité Schone Lucht, Mobilisation for the Environment en Leefmilieu

Fenna Swart
Comité Schone Lucht

Johan Vollenbroek
Mobilisation for the Environment

Maarten Visschers
Leefmilieu