Op 18 juni 2026 a.s. presenteert de industrie het Nederlandse Pact voor CO₂-verwijdering. Energiebedrijven en grote industriële spelers zetten daarin vol in op CO₂-afvang en -opslag en op zogenoemde “negatieve emissies”. In dezelfde beweging klinkt vanuit de Rotterdamse haven de oproep om kolencentrales op de Maasvlakte versneld om te bouwen naar biomassacentrales met CO₂-afvang, als antwoord op dreigende stroomtekorten. Maar dit is geen technische verfijning van klimaatbeleid. Dit is een koerswijziging in stilte: van uitstoot voorkomen, naar uitstoot achteraf goedpraten.

In plaats van fossiel en biomassa af te bouwen, wordt het systeem doorgebouwd, met een nieuw verhaal erbij: CO₂ wordt “afgevangen”, “verwijderd” en “geneutraliseerd”. Maar de kern blijft ongemoeid: er wordt nog steeds verbrand, nog steeds geïmporteerd, nog steeds uitgestoten. Alleen de boekhouding verandert. Biomassa keert daarmee terug via een nieuwe etikettering. Niet langer als “duurzame energie”, maar als onderdeel van CO₂-reparatie via BECCS. En precies dat is bekend terrein.

In 2016 werd het biomassaconvenant gesloten tussen industrie en de grote reguliere milieuorganisaties. Biomassa werd toen verkocht als tijdelijke, duurzame tussenstap. In werkelijkheid werd het een structurele pijler onder het energiesysteem. De belofte van “duurzaam en gecontroleerd” bleek afhankelijk van papieren aannames over herkomst, hergroei en certificering. Aannames die in de praktijk niet hard te maken bleken in complexe internationale houtketens. Het resultaat: grootschalige, industriële inzet van bosbiomassa met blijvende schade voor bossen en natuur.

Nu gebeurt exact hetzelfde opnieuw alleen met een andere woordenset. Wat toen “duurzaam” heette, heet nu “negatieve emissies”. Wat toen “biomassa” heette, heet nu “CO₂-verwijdering”.

Maar de fysieke realiteit verandert niet: bossen worden (kaal)gekapt, hout wordt verbrand, vuile uitstoot waaronder CO₂ komt vrij, en de veronderstelde klimaatwinst wordt doorgeschoven naar onzekere toekomstmodellen en afvangtechnologie die nog moet bewijzen dat ze überhaupt op schaal werkt.

In de plannen rond de Port of Rotterdam wordt zelfs gesproken over het ombouwen van kolencentrales naar biomassacentrales met CO₂-afvang. Dat wordt verkocht als oplossing voor leveringszekerheid. In werkelijkheid stapelt het risicovolle systemen op elkaar: toename import van bosbiomassa, grootschalige verbranding, industriële afvanginstallaties en langdurige CO₂-opslag onder de grond.

Het beleid rust daarmee op een keten van onzekerheden die allemaal tegelijk moeten kloppen om “klimaatwinst” te laten bestaan. Toch wordt dit alles ingebed in strakke Europese en nationale kaders, via de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en het ETS-systeem. Maar die regels veranderen niets aan de kernvraag: kun je in mondiale, diffuse biomassaketens überhaupt nog aantonen wat duurzaam is, en wat echte CO₂-reductie betekent?

Op dit moment lopen er diverse juridische procedures rond bosbiomassa in Nederland, aangespannen door Comité Schone Lucht. Hierin staat precies dit centraal: het rammelende systeem van certificering en niet onafhankelijke toezicht wordt juridisch en inhoudelijk aangevochten omdat het keer op keer niet hard kan maken wat het claimt en de natuur berooid achterlaat.

Politieke truc
Tegen die achtergrond wordt nu dezelfde biomassa opnieuw binnengehaald. Dit keer niet als energiebron, maar als fundament onder beleid voor “onvermijdelijke emissies” uit industrie, luchtvaart en landbouw. Maar dat woord is een politieke truc. “Onvermijdelijk” wordt gepresenteerd als feit, terwijl het in werkelijkheid een keuze is: wat we blijven toestaan, en wat we weigeren af te bouwen.

Zo verschuift het klimaatbeleid fundamenteel. Niet langer draait het om minder uitstoot, maar om het ‘beheren van uitstoot’ die we dus blijven accepteren. Niet reductie staat centraal, maar compensatie om het vervuilende systeem in stand te houden. CO₂-verwijdering wordt daarmee geen aanvulling meer, maar een excuus om het bestaande fossiele en industriële systeem te verlengen.

De echte keuze wordt daardoor steeds scherper, en ongemakkelijker: Of we blijven investeren in een groeiende vervuilende industrie van bosbiomassa: kappen van bossen in onder meer Amerika, Roemenië, Maleisië, Baltische Staten, verscheping van miljoenen tonnen hout in vervuilende bulk carriers, verbranding in Nederlandse energiecentrales gevolgd door mogelijke afvang en opslag van CO2 (niet de stikstof, ultrafijnstof en andere zeer zorgwekkende stoffen) met alle onzekerheden van dien.

Of we breken met die logica en kiezen voor een directe aanpak van het kwaad, terugdringen productie van de vervuilende industrie, directe reductie, investering in  energiebesparing, elektrificatie en snelle uitbouw zon en geothermie.

Beide routes zijn technisch mogelijk. Maar slechts één ervan doorbreekt het patroon dat we al ruim vijftien jaar herhalen: het telkens opnieuw verpakken van oude, vervuilende systemen als nieuwe klimaatoplossing.

Lees hier onze opinie in Trouw

Noten
1.Comité Schone Lucht. (2025). Juridische procedures bosbiomassa. https://comiteschonelucht.nl/
2.Comité Schone Lucht. (2026). EU-rechter legitimeert groen label biomassa en kaalkap. Geraadpleegd op 16 juni 2026, van https://comiteschonelucht.nl/persbericht-eu-rechter-legitimeert-groen-label-biomassa-en-kaalkap/
3.BECCS: Bio-Energy with Carbon Capture and Storage
4.European Academies Science Advisory Council. (2019). Forest bioenergy, carbon capture and storage, and carbon dioxide removal: An update. https://easac.eu/publications/details/forest-bioenergy-carbon-capture-and-storage-and-carbon-dioxide-removal-an-update/
5.Comite Schone Lucht (2026). Comité Schone Lucht en Europese milieuorganisaties naar Europees https://comiteschonelucht.nl/persbericht-comite-schone-lucht-en-europese-milieuorganisaties-naar-europees-hof/

Voor meer en reactie