PERSBERICHT

Pact voor CO₂-verwijdering zet Nederland op verkeerde klimaatkoers

Comité Schone Lucht: kolencentrales ombouwen naar biomassa en CO₂-afvang en -opslag leidt niet tot klimaatwinst maar tot hogere uitstoot, extra subsidie-afhankelijkheid en meer verlies van bos en biodiversiteit wereldwijd.

Het op 18 juni a.s. te sluiten zogenoemde ”Pact voor CO₂-verwijdering’‘ waarin energiebedrijven en industrie afspraken maken over de ombouw van Nederlandse kolencentrales naar biomassaverbranding en CO₂-afvang en -opslag, is ”een fundamenteel verkeerde afslag in het klimaatbeleid” Dat stelt Comité Schone Lucht.

Volgens de organisatie wordt het pact gepresenteerd als oplossing voor klimaatdoelen en energiezekerheid, maar leidt het in de praktijk tot hogere CO₂-uitstoot, extra druk op bossen wereldwijd en hoge publieke kosten. Het pact betreft onder meer de kolencentrales van RWE (Eemshaven), Uniper (Rotterdam) en Onyx (Rotterdam), die na het uitfaseren van kolen vanaf 2030 willen overschakelen op 100% biomassa en BECCS (biomassa met CO₂-afvang en opslag).

Hogere uitstoot en CO₂-schuld
Comité Schone Lucht stelt dat biomassaverbranding in de praktijk meer CO₂-uitstoot veroorzaakt dan kolen, terwijl hergroei van bomen decennia duurt. Hierdoor ontstaat volgens de organisatie een zogenoemde CO₂-schuld die niet wordt meegenomen in beleid en subsidies.

Ook BECCS (bio-energie met CO₂-afvang en opslag) zou volgens de milieuorganisatie geen werkelijke CO₂-verwijdering opleveren, omdat emissies in de keten van houtkap, pelletproductie, transport en energieverbruik bij afvang en opslag onvoldoende worden meegerekend.

Industriele import gekapte bossen gaan door
De drie kolencentrales zouden samen circa 10 miljoen ton houtpellets per jaar nodig hebben bij volledige omschakeling. Dat is volgens Comité Schone Lucht een verdrievoudiging ten opzichte van huidige bijstook. De organisatie waarschuwt voor blijvende afhankelijkheid van import uit onder meer de Verenigde Staten, de Baltische staten en Azië, en voor extra druk op bosgebieden en biodiversiteit.

Certificering en toezicht schieten ernstig tekort
Het pact gaat uit van gecertificeerde duurzame biomassa, zonder gebruik van primaire bossen en zonder concurrentie met voedselproductie. Volgens Comité Schone Lucht biedt certificering echter geen harde garantie voor duurzaamheid. Praktijkonderzoek en eerdere rapporten laten volgens de organisatie zien dat bosdegradatie en ontbossing toch optreden. Ook het toezicht door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) zou volgens de organisatie grotendeels administratief en beperkt verifieerbaar zijn.

Subsidies en alternatieven
Comité Schone Lucht stelt dat biomassa en CO₂-afvang en -opslag alleen rendabel zijn met substantiële (miljarden)subsidies of een hoge CO₂-prijs in het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Volgens de organisatie zouden deze middelen beter kunnen worden ingezet voor energiebesparing en efficiënter energiegebruik, waarmee ook netcongestie kan worden verminderd.

“Geen klimaatwinst maar systeemverlenging”

Directeur Fenna Swart van Comité Schone Lucht stelt dat het pact een fundamenteel verkeerde richting kiest: “Dit pact presenteert CO₂-verwijdering als klimaatoplossing, maar in werkelijkheid gaat het om het verlengen van de levensduur van kolencentrales via biomassa. Dat leidt niet tot minder uitstoot, maar tot verschuiving van emissies en extra druk op bos en biodiversiteit wereldwijd. Niet alleen het klimaat verliest, ook mens, dier en natuur”

Conclusie
Comité Schone Lucht roept het kabinet op om prioriteit te geven aan energiebesparing, directe emissiereductie door terugdringing van vervuilende industriele processen en het herstel en de bescherming van bossen als meest effectieve vorm van CO₂-reductie. Volgens de organisatie is de inzet op grootschalige biomassaverbranding met CO₂-afvang en -opslag geen transitie naar een duurzaam energiesysteem, maar een voortzetting van het bestaande industriele systeem in een nieuwe vorm.

Voor meer en reactie