PERSBERICHT

Politie onderzoekt RWE na aangifte Comité Schone Lucht

Acht jaar onderzoek naar biomassaketen mondt uit in politie- en NVWA-onderzoek, onthullingen NRC en Zembla en 27 Kamervragen.

Amsterdam, 10 september 2026 – De politie onderzoekt mogelijke misstanden en strafbare feiten rond de import en verbranding van Maleisische houtpellets door energiebedrijf RWE. Het onderzoek volgt op de strafrechtelijke aangifte die Comité Schone Lucht begin 2026 deed tegen RWE en certificeringssysteem Green Gold Label (GGL) wegens vermoedens van overtreding van duurzaamheidsregels en mogelijke subsidiefraude. Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een handhavingstraject ingezet rond de houtimport van RWE. De Partij voor de Dieren stelt naar aanleiding van deze bevindingen vandaag 27 Kamervragen

NRC en Zembla bouwen vandaag met eigen onderzoek voort op het dossier dat Comité Schone Lucht heeft geopend. NRC reconstrueert op basis van het door Comité Schone Lucht bij de Nederlandse Emissieautoriteit opgevraagde en geanalyseerde Woo-dossier hoe het toezicht functioneerde; Zembla volgt het door Comité Schone Lucht blootgelegde Maleisië-spoor tot aan de bron. Samen bevestigen en verdiepen zij de kernbevindingen waarop Comité Schone Lucht zijn strafrechtelijke aangifte baseerde. Wat vandaag samenkomt, is het resultaat van acht jaar onderzoek en juridische procedures van Comité Schone Lucht naar de fundamenten onder grootschalige houtverbranding voor energie: waar komt het hout werkelijk vandaan, wie controleert dat, en waarop is de claim gebaseerd dat miljarden euro’s gesubsidieerde biomassa daadwerkelijk duurzaam is?

Het politieonderzoek markeert daarbij een nieuwe fase. Voor zover bekend is het in deze vorm een Europese primeur: een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke fraude rond de duurzaamheidsclassificatie en subsidiëring van houtige biomassa bij een grote Europese energieproducent.

De betekenis reikt daarmee veel verder dan Nederland. De zaak raakt Europese regels voor hernieuwbare energie, internationale houtstromen, private certificering en toekomstige subsidiëring van houtverbranding en BECCS. De uitkomst kan gevolgen hebben voor de wijze waarop energiebedrijven in heel Europa de duurzaamheid en herkomst van geïmporteerde biomassa moeten aantonen.
De zaak wordt inmiddels ook internationaal gevolgd. Voor Europese beleidsmakers, certificeerders, investeerders en de energiesector staat een fundamentele vraag op het spel: kan een systeem waarin de oorspronkelijke bosherkomst deels buiten beeld blijft voldoende basis vormen voor publieke subsidies en het predicaat ‘duurzame energie’?

Acht jaar lang geen inzicht in de herkomst

Het Maleisië-dossier kwam niet uit de lucht vallen. Comité Schone Lucht vraagt RWE al jaren om inzicht in de daadwerkelijke herkomst van de enorme hoeveelheden hout die het bedrijf in Nederland verbrandt. Ook tijdens aandeelhoudersvergaderingen vroeg Comité Schone Lucht RWE waar het hout precies vandaan kwam. Die informatie is essentieel om te kunnen controleren of aan de door RWE geclaimde duurzaamheidseisen wordt voldaan. Maar RWE gaf nooit volledige openheid. Ook via Woo-verzoeken en politieke vragen bleek gedetailleerde informatie over leveranciers, hoeveelheden en herkomst telkens moeilijk of niet toegankelijk. De terugkerende reden: bedrijfsgevoelige informatie.

Diezelfde redenering werd vervolgens ook door opeenvolgende bewindspersonen gebruikt om informatie over de gesubsidieerde biomassastromen niet volledig openbaar te maken. Voor Comité Schone Lucht ontstond daarmee een principieel probleem. “Als een bedrijf miljarden euro’s publiek geld ontvangt omdat het hout aantoonbaar duurzaam zou zijn, moet die duurzaamheidsclaim ook onafhankelijk controleerbaar zijn,” zegt Fenna Swart, voorzitter van Comité Schone Lucht.

“Wij vroegen jarenlang: waar komt het hout vandaan? Als vervolgens zowel bedrijf als overheid die informatie afschermen omdat deze bedrijfsgevoelig zou zijn, kun je als samenleving de kernvoorwaarde voor die subsidie niet controleren. Daarom zijn we het uiteindelijk zelf gaan onderzoeken.”

Comité Schone Lucht volgde het hout zelf terug naar de bron

Comité Schone Lucht onderzocht samen met de Engelse milieuorganisatie Biofuelwatch vervolgens zelf internationale houtstromen, leveranciers, certificeringsschema’s en de classificatie waaronder houtpellets Nederland binnenkwamen. Het spoor leidde uiteindelijk naar Maleisië. Dat onderzoek leverde concrete aanwijzingen op voor misstanden in verschillende schakels van de keten, waaronder problemen met de werkelijke herkomst van het hout, de classificatie als afval- en reststroom, de betrouwbaarheid van private certificering en sterke aanwijzingen voor hout uit gebieden waar illegale kaalkap plaatsvond.

Daarbij ontstond ook de vraag of biomassa mogelijk onterecht als duurzaam was verantwoord en daarmee ten onrechte voor overheidssubsidie in aanmerking was gekomen. Comité Schone Lucht en Biofuelwatch brachten hun bevindingen bijeen in een onderzoeks- en bewijsdossier en dienden dat op 26 juni 2025 als formeel handhavingsverzoek in bij de Nederlandse Emissieautoriteit. Het was dus geen verzoek om algemene twijfels te onderzoeken, maar een dossier waarin specifieke leveranciers, houtstromen, certificering en mogelijke overtredingen werden aangewezen. Het handhavingsverzoek leidde tot een formeel onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit naar de Maleisische biomassaketen van RWE.

Cruciale constructie: hout wordt administratief ‘reststroom’

Centraal in het onderzoek van Comité Schone Lucht stond de zogenoemde categorie 5-biomassa: afval- en reststromen uit de houtverwerkende industrie. Die classificatie is essentieel. Wanneer hout als afval of reststroom van bijvoorbeeld een zagerij wordt aangemerkt, gelden veel minder eisen aan het bos waaruit de oorspronkelijke boom afkomstig is. De zagerij wordt administratief het relevante beginpunt van de keten. Daarmee ontstaat een fundamentele blinde vlek: hout kan afkomstig zijn uit een niet-duurzaam beheerd of kaalgekapt bos, maar wanneer het vervolgens in een zagerij tot zaagsel of resthout wordt verwerkt, kan de oorspronkelijke bosherkomst uit de duurzaamheidstoets verdwijnen. Juist deze constructie bracht Comité Schone Lucht in zijn bewijsdossier aan de orde.

Nederlandse Emissieautoriteit vond daadwerkelijk verkeerd geclassificeerd hout

Het daaropvolgende onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit bevestigde dat de problemen niet theoretisch waren. De toezichthouder stelde vast dat onder meer boomstronken en gespleten stammen ten onrechte als afval waren aangemerkt. Bij vier nader onderzochte leveranciers kon op basis van facturen worden vastgesteld dat hout verkeerd was geclassificeerd. Rainbow Pellet, de belangrijkste Maleisische leverancier in het onderzochte dossier, werkte echter met 97 leveranciers. De overige leveranciers werden niet op dezelfde wijze onderzocht.

Ook ging de Nederlandse Emissieautoriteit, ondanks expliciet verzoek van Comite Schoen Lucht, niet zelf naar Maleisië om te controleren of de administratie overeenkwam met wat daadwerkelijk vanuit het bos naar de pelletproducent werd gebracht. De certificering bleek bovendien sterk te steunen op zelfverklaringen: documenten waarin leveranciers zelf aangeven dat het door hen geleverde materiaal afval of resthout is.

Ondanks de gevonden tekortkomingen concludeerde de Nederlandse Emissieautoriteit uiteindelijk dat de Maleisische houtpellets aan de Nederlandse wettelijke duurzaamheidseisen voldeden. Minister Sophie Hermans nam die conclusie vervolgens over en besloot niet te handhaven.

Zembla ging naar Maleisië

Zembla deed vervolgens wat binnen het Nederlandse toezicht niet was gebeurd: de houtketen in Maleisië fysiek terugvolgen. Voor de uitzending Biomassa uit de jungle traceerde Zembla Rainbow Pellet, een belangrijke leverancier van Maleisische pellets aan RWE. Met satelliet- en dronebeelden brengt het programma grote hoeveelheden boomstammen in beeld, waaronder tropisch hardhout.

Zembla sprak bovendien een bosbouwer die bevestigt al jaren hout te leveren aan Rainbow Pellet en bossen te hebben kaalgekapt en vervangen door plantages.Rainbow Pellet bevestigt tegenover Zembla dat ook hele bomen worden verwerkt tot biomassa voor de Nederlandse markt. RWE erkent dat sinds dit jaar hele bomen worden gebruikt. Het bedrijf stelt dat dit onder de huidige Europese regelgeving is toegestaan en dat alle gebruikte grondstoffen voldoen aan de geldende eisen voor legaliteit, duurzaamheid en broeikasgasreductie.

Voor Comité Schone Lucht is juist het verschil tussen beide werkelijkheden cruciaal. “Op papier begint de herkomst bij de zagerij. Wie het hout fysiek verder terugvolgt, komt uit bij het bos,” zegt Swart. “Daar zit de kern van het probleem. Een certificaat kan alleen zekerheid geven over wat daadwerkelijk is gecontroleerd. Als het bos zelf buiten beeld blijft, is een duurzaamheidsverklaring geen bewijs dat dat bos duurzaam is beheerd.”

Van bewijsdossier naar strafrechtelijk onderzoek

Na het onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit ging Comité Schone Lucht verder. Comité Schone Lucht deed aanvullend onderzoek naar het Green Gold Label, het certificeringssysteem waarmee een belangrijk deel van de biomassastromen werd verantwoord.

Begin 2026 volgde een strafrechtelijke aangifte tegen RWE en Green Gold Label, wegens vermoedens van overtreding van Europese duurzaamheidsregels en mogelijke subsidiefraude. De politie heeft de zaak inmiddels ruim een half jaar in vooronderzoek.

In Zembla zegt een bij het politieonderzoek betrokken functionaris dat er “sterke aanwijzingen” zijn dat de administratie van RWE niet op orde is en dat er volgens de politie aanwijzingen zijn dat “er iets niet klopt”. Het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie moet uiteindelijk beslissen of strafvervolging wordt ingesteld. Ook de NVWA onderzoekt inmiddels de houtketen van RWE en heeft een handhavingstraject ingezet wegens mogelijke overtreding van regels die ontbossing moeten tegengaan.

NRC: interne stukken tonen hoe kritisch de toezichthouder zelf was

Parallel aan de juridische procedures vroeg Comité Schone Lucht via de Wet open overheid de interne documenten, communicatie en rapportversies van het onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit op. NRC reconstrueert vandaag op basis van dat dossier hoe binnen de toezichthouder stevige discussie bestond over de betekenis van de gevonden tekortkomingen.

Uit de stukken blijkt onder meer dat binnen de Nederlandse Emissieautoriteit werd gewaarschuwd voor een “perverse prikkel” wanneer niet-duurzame grondstoffen via de categorie reststromen toch als duurzaam kunnen worden aangemerkt. Bestuurder Jolande Sap pleitte intern voor een veel kritischere benadering wanneer een certificeringssysteem faciliteert dat zaagsel van niet-duurzaam hout toch als duurzame biomassa kan worden gesubsidieerd.

De uiteindelijke conclusies werden aanzienlijk voorzichtiger geformuleerd. Uit de Woo-stukken blijkt daarnaast dat de Nederlandse Emissieautoriteit tijdens de afronding contact had met RWE over de manier waarop de onderzoeksresultaten aan Comité Schone Lucht – de indiener van het handhavingsverzoek – zouden worden gepresenteerd. Dat roept volgens Comité Schone Lucht nieuwe vragen op over de onafhankelijkheid en transparantie van het toezicht. Comite Schone Lucht heeft bezwaar ingediend en gevraagd om een nieuwe onafhankelijke commissie om het WOO besluit te beoordelen. Cruciale informatie is volgens Comité Schone Lucht achtergehouden waaronder de subsidiebeschikkingen toegekend aan RWE en de conceptversies van het rapport.

Dezelfde keten, vier onafhankelijke vervolgsporen

Het dossier dat Comité Schone Lucht in 2025 bij de toezichthouder neerlegde, heeft daarmee inmiddels geleid tot vier afzonderlijke vervolgsporen: toezicht: de Nederlandse Emissieautoriteit onderzocht de Maleisische biomassaketen en vond concrete tekortkomingen; handhaving: de NVWA onderzoekt mogelijke overtredingen rond de legaliteit en herkomst van het hout; strafrecht: de politie onderzoekt de aangifte van Comité Schone Lucht tegen RWE en Green Gold Label; politiek: de Partij voor de Dieren stelt vandaag 27 Kamervragen over RWE, de Nederlandse Emissieautoriteit, certificering, subsidies en toezicht. Daarnaast hebben NRC en Zembla onafhankelijk onderzoek gedaan naar verschillende onderdelen van hetzelfde dossier.

Volgens Comité Schone Lucht is juist die opeenstapeling van bevindingen relevant. “Dit is allang niet meer één milieuorganisatie die vragen stelt over één partij pellets,” zegt Swart. “Toezichthouders, politie en onderzoeksjournalisten bevestigen nu ieder vanuit hun eigen invalshoek dezelfde problemen in de keten.”

27 Kamervragen: ook politieke gevolgen

De nieuwe informatie leidt vandaag tot 27 schriftelijke Kamervragen van de Partij voor de Dieren. De partij vraagt de ministers onder meer naar:

  • de tekortkomingen die de Nederlandse Emissieautoriteit zelf heeft gevonden;
  • het gebruik van zelfverklaringen;
  • de onafhankelijkheid en rol van Green Gold Label;
  • contacten tussen RWE, Nederlandse Emissieautoriteit, ministerie en subsidieverstrekker RVO;
  • wijzigingen en ontbrekende versies van het rapport van de Nederlandse Emissieautoriteit;
  • ontbrekende massabalansen;
  • de groeiende import van houtpellets uit Azië;
  • de daadwerkelijk aan RWE uitgekeerde biomassasubsidies;
  • mogelijke terugvordering van subsidies;
  • en de consequenties voor toekomstige subsidiëring van houtverbranding en BECCS.

Mogelijke gevolgen reiken tot Brussel en internationale energiesector

De strafrechtelijke dimensie brengt het biomassadossier in een nieuwe fase. Tot nu toe draaide de Europese discussie over houtige biomassa vooral om klimaatwetenschap, bosbeleid, subsidieregels en de vraag welke biomassa volgens Europese regelgeving als duurzaam mag gelden.

Een strafrechtelijk onderzoek stelt een andere vraag: wat gebeurt er wanneer duurzaamheidsverklaringen, classificaties en subsidievoorwaarden mogelijk niet overeenkomen met de fysieke werkelijkheid? Dat kan grote gevolgen hebben.

Wanneer blijkt dat certificering onvoldoende zekerheid biedt, raakt dat niet alleen RWE. Dan ontstaat een Europese vraag naar de betrouwbaarheid van systemen waarmee energiebedrijven aantonen dat geïmporteerde biomassa voldoet aan de Renewable Energy Directive en nationale subsidievoorwaarden.

Dat raakt ook:

  • de erkenning en controle van private certificeringssystemen;
  • de bewijslast voor de werkelijke bosherkomst van reststromen;
  • de terugvordering van mogelijk onterecht uitgekeerde subsidies;
  • de aansprakelijkheid van energiebedrijven en ketenpartijen;
  • de toekomstige toepassing van de Europese Ontbossingsverordening;
  • en nieuwe publieke financiering voor houtige biomassa en BECCS.

Voor de Europese energiesector kan de consequentie zijn dat administratieve certificering alleen niet langer voldoende wordt gevonden en veel sterkere verificatie van de feitelijke keten noodzakelijk wordt.

Voor Brussel raakt de zaak aan een nog fundamentelere kwestie: kan Europa klimaatbeleid subsidiëren waarvan de duurzaamheid niet tot aan de oorspronkelijke grondstof onafhankelijk controleerbaar is?

Acht jaar: van Diemen naar Maleisië

Het onderzoek naar Maleisië is de uitkomst van een dossier dat Comité Schone Lucht sinds 2018 stap voor stap heeft opgebouwd. Comité Schone Lucht voerde jarenlang maatschappelijke, politieke en juridische procedures tegen de geplande biomassacentrale van Vattenfall in Diemen. Die centrale werd uiteindelijk niet gebouwd. Via Woo-onderzoek ontdekte Comité Schone Lucht vervolgens een niet eerder openbare subsidiebeschikking van €395 miljoen voor Vattenfall. Na juridische procedures werd de subsidie ingetrokken.

Ook tegen de biomassastook van RWE werd juridisch opgetreden. In december 2024 bleef de vernietiging van de natuurvergunning voor de Amercentrale overeind. Maar ondertussen werd één vraag steeds belangrijker: wat wordt er feitelijk in Nederlandse biomassacentrales verbrand?

Omdat RWE daar volgens Comité Schone Lucht geen controleerbare openheid over gaf, volgde het Comité zelf de internationale keten. Dat leidde van Nederland via certificeringsschema’s en leveranciers uiteindelijk naar Maleisië.

2018–2024 – onderzoek en juridische procedures rond grootschalige houtverbranding

2025 – onderzoek van Comité Schone Lucht en Biofuelwatch naar Maleisische houtstromen en certificering

26 juni 2025 – onderzoeks- en bewijsdossier als handhavingsverzoek bij de Nederlandse Emissieautoriteit

2025–2026 – formeel onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit

eind 2025 – aanvullend onderzoek naar Green Gold Label

begin 2026 – strafrechtelijke aangifte tegen RWE en Green Gold Label

2026 – Woo-onderzoek naar het handelen van Nederlandse Emissieautoriteit en overheid en juridische procedures over subsidies

10 september 2026 – politie- en NVWA-onderzoek, publicaties NRC en Zembla en 27 Kamervragen

“Wat vandaag samenkomt, is geen incident en geen toevallige ontdekking,” zegt Swart.

“Het is het resultaat van acht jaar vasthouden aan één simpele eis: wie miljarden publiek geld ontvangt voor aantoonbaar duurzame biomassa, moet kunnen aantonen welk hout wordt verbrand, waar het vandaan komt en onder welke omstandigheden het is gewonnen.” “Wij kregen dat antwoord niet. Daarom zijn we zelf gaan zoeken. Wat we vonden, ligt nu bij toezichthouders, politie, politiek en media.”

Het Nederlandse biomassadossier is daarmee een nieuwe, internationale fase ingegaan.